ECLI:NL:RBNHO:2021:4860
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ondertoezichtstelling en handhaving gezamenlijk gezag bij conflictscheiding
In deze conflictscheiding gaat het om de hoofdverblijfplaats, zorgregeling, beëindiging van de ondertoezichtstelling en het gezamenlijk gezag over twee jongste minderjarige kinderen. De kinderen wonen bij de moeder en weigeren contact met de vader en de oudste zus. De moeder wil ook geen contact met de oudste zus. De gecertificeerde instelling (GI) besloot geen verlenging van de ondertoezichtstelling aan te vragen omdat deze de kinderen meer druk geeft en de ouderverstoting versterkt.
De vader verzocht om een zorgregeling en een nieuwe ondertoezichtstelling met mogelijke uithuisplaatsing, maar dit werd afgewezen. De rechtbank handhaaft het gezamenlijk gezag omdat eenhoofdig gezag de vader geheel uit het leven van de kinderen zou weren. De kinderen zijn standvastig in hun weigering tot contact met de vader en hulpverlening wordt door hen afgewezen.
Het NIFP-onderzoek is niet van de grond gekomen vanwege het wantrouwen van de moeder jegens de onderzoekers. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de ondertoezichtstelling te beëindigen en geen zorgregeling op te leggen. De rechtbank volgt dit advies en stelt een informatieregeling vast waarbij de moeder de vader viermaal per jaar informeert en eenmaal per half jaar een foto stuurt. Het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft het gezamenlijk gezag, bepaalt de hoofdverblijfplaats bij de moeder en wijst de verzoeken van de vader tot zorgregeling en ondertoezichtstelling af.