Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de dagvaardingen van 27 december 2017 met producties,
- de conclusie van antwoord met producties,
- het tussenvonnis van 25 april 2018, waarbij een mondelinge behandeling is gelast,
- het proces-verbaal van comparitie van 3 september 2020 en de daarin genoemde stukken,
- de akte van [gedaagden]
2.De feiten
23 December 2014.
3.Het geschil
- een bedrag van € 193.240,67 (zie 4.2.5);
- een bedrag van € 35.426,41 (€ 24.801,67 + € 10.624,74, zie 4.8.3);
- een bedrag van € 135.570 (€ 20.570 + € 115.000, zie 4.8.6).
5.De beslissing
26 mei 2021voor het nemen van een akte aan de kant van de curator over wat is vermeld onder 4.9.3, waarna [gedaagden] op de rol van zes weken daarna een antwoordakte kan nemen,