ECLI:NL:RBNHO:2021:5323
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde kasstortingen
Eisers ontvingen vanaf mei 2015 een bijstandsuitkering en werden onderzocht nadat een vermoeden van zwartwerken was gemeld. Uit het onderzoek bleek dat tussen juni 2015 en december 2018 meerdere kasstortingen plaatsvonden die als inkomen zijn aangemerkt. Verweerder herzag daarop de bijstand en vorderde een bedrag van €5.780,- terug.
Eisers betwistten dat de kasstortingen als inkomen konden worden gezien, stellende dat het contant geld afkomstig was van loonbetalingen, belastingteruggave en een spaarpotje. Deze stellingen werden echter niet onderbouwd met verifieerbare stukken en waren inconsistent met eerdere verklaringen.
De rechtbank volgde de vaste jurisprudentie dat kasstortingen in beginsel als middelen worden beschouwd en dat het aan eisers is om aannemelijk te maken dat dit niet het geval is. Aangezien dit niet is gebeurd, concludeerde de rechtbank dat de inlichtingenplicht was geschonden en de herziening en terugvordering terecht waren. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.