ECLI:NL:RBNHO:2021:5598

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 mei 2021
Publicatiedatum
6 juli 2021
Zaaknummer
20/896
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen evenementenvergunning kermis Wijdenes 2019

De rechtbank Noord-Holland behandelde het beroep van eiseres tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Drechterland om een evenementenvergunning met ontheffing voor versterkt geluid te verlenen voor de kermis Wijdenes 2019. Het evenement vond plaats van 25 tot en met 27 mei 2019, terwijl de vergunning pas op 15 juli 2019 werd gepubliceerd. Hierdoor was het bezwaar van eiseres ingediend nadat het evenement al had plaatsgevonden.

Eiseres stelde dat zij nog belang had bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep vanwege toekomstige onzekerheden over het evenement, zoals de verantwoordelijke organisatie en mogelijke locatieveranderingen. De rechtbank oordeelde echter dat er geen procesbelang bestond, omdat de kermis in 2020 niet doorging, voor 2021 geen vergunningaanvraag was gedaan en onduidelijk was of en door wie in de toekomst een vergunning zou worden aangevraagd.

De rechtbank benadrukte dat procesbelang vereist dat de eiser concreet iets kan bereiken met het beroep. Aangezien het bestreden besluit betrekking had op een reeds gehouden evenement en er geen actuele vergunningaanvraag was, was het beroep niet ontvankelijk. Vergoeding van griffierecht of proceskosten werd afgewezen. De uitspraak werd direct na de zitting op 25 mei 2021 uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep tegen de evenementenvergunning voor de kermis Wijdenes 2019 is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/896

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 mei 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland, verweerder,
(gemachtigde: A.M. Schenk).

Procesverloop

Bij besluit van 18 maart 2019 heeft verweerder een evenementenvergunning verleend voor de Kermis Wijdenes 2019 en daarbij ontheffing verleend om versterkt geluid ten gehore te brengen op in het besluit aangegeven dagen en tijdstippen (de evenementenvergunning).
Bij besluit van 14 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de evenementenvergunning, onder aanvulling van de motivering en wijziging van de data van de ontheffing voor het ten gehore brengen van versterkt geluid, in stand gelaten.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 mei 2021. Eiseres is verschenen, vergezeld van [naam 1] . Verweerder is, met bericht van verhindering, niet verschenen.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Het beroep is gericht tegen de verleende (en na bezwaar gehandhaafde) evenementenvergunning voor de Kermis Wijdenes 2019. Dit evenement heeft plaatsgevonden op 25 tot en met 27 mei 2019. De evenementenvergunning is echter pas daarna, op 15 juli 2019, gepubliceerd. Het bezwaar van eiseres is om die reden ingediend toen het evenement al had plaatsgevonden. Verweerder heeft eiseres ontvankelijk geacht in haar bezwaar omdat de kermis een jaarlijks terugkerend evenement is.
2 De rechtbank moet in de eerste plaats beoordelen of eiseres procesbelang heeft bij haar beroep. Procesbelang is het belang dat eisers heeft bij de uitkomst van de procedure, dat wil zeggen wat zij concreet met haar beroep wil en kan bereiken. Van de bestuursrechter kan geen uitspraak worden gevraagd uitsluitend vanwege de principiële betekenis van het beroep. De vraag of er (nog) procesbelang is, wordt beoordeeld naar de stand van zaken op het moment van het beoordelen van het beroep.
3 Vast staat dat de kermis in 2020 geen doorgang heeft gevonden en dat voor 2021 geen aanvraag is gedaan voor een kermis. Of – en zo ja, door wie – in 2022 wel weer een vergunning voor het houden van een kermis in Wijdenes zal worden aangevraagd, is op dit moment niet duidelijk.
4 Eiseres stelt dat zij nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep omdat het voor haar belangrijk is te weten wat er in de toekomst met het evenement Kermis Wijdenes zal gebeuren. Zij wil hierover graag duidelijkheid van verweerder, de nieuwe exploitant van het café [naam 2] en/of het kermiscomité. Onder meer wil eiseres graag weten wie er bij een volgende kermis eindverantwoordelijke en aanspreekpunt zal zijn wanneer sprake is van hinder of overlast. Verder wil zij graag weten of het kermiscomité open staat voor het onderzoeken van een andere locatie voor de kermis.
5 Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres, gelet op de omstandigheden die hiervoor onder 3 zijn genoemd, geen procesbelang bij haar beroep. Omdat er sinds 2019 geen kermis is geweest, kan eiseres haar procesbelang niet meer ontlenen aan het repeterend karakter van de kermis. Ook overigens heeft zij geen procesbelang; het evenement waarop het bestreden besluit ziet heeft al immers al plaatsgevonden. Wanneer er in de toekomst weer een kermis wordt georganiseerd, zal daarvoor weer een evenementenvergunning moeten worden aangevraagd. Eiseres kan haar vragen of bezwaren dan in dat kader naar voren brengen.
6 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beroep niet-ontvankelijk is. Voor vergoeding van griffierecht of proceskosten bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Jochem, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Vermeij, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2021.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.