ECLI:NL:RBNHO:2021:5599
Rechtbank Noord-Holland
- Tussenbeschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopig getuigenverhoor na toewijzing tegenvordering in bodemprocedure
De kantonrechter Noord-Holland ontving een verzoek tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor door verzoeker, die dit wilde inzetten ter voorbereiding op een eventuele beslag- en incassoprocedure. Het geschil betreft een mondelinge overeenkomst bij de oplevering van een huurwoning op 2 december 2019, waarbij partijen overeenkwamen dat zij niets meer aan elkaar verschuldigd zouden zijn, behalve de terugbetaling van de waarborgsom.
De bodemprocedure, gestart door verweerder, betrof een vordering wegens tekortschieten in de nakoming van de opleveringsverplichting. Verzoeker stelde een tegenvordering in tot terugbetaling van de waarborgsom, welke door de kantonrechter op 3 februari 2021 werd toegewezen. Verweerder stelde hoger beroep in tegen dit vonnis.
Hoewel het verzoek om voorlopig getuigenverhoor werd ingediend voordat de bodemprocedure aanhangig was, is het nu aanhangig bij het gerechtshof Amsterdam. De kantonrechter oordeelt dat hij bevoegd is het verzoek te behandelen omdat het verzoek vóór de aanhangigheid van de bodemprocedure werd ingediend. De kantonrechter vraagt verzoeker zich nader uit te laten over het belang van het verzoek, gezien de toewijzing van zijn tegenvordering, waarna verweerder kan reageren. De beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Verzoek om voorlopig getuigenverhoor wordt aangehouden voor nadere toelichting over het belang.