Op 29 augustus 2014 werden verdachte en medeverdachten aangehouden met hennepstekken in voertuigen nabij Hazeldonk. Verdachte en anderen hadden een nauwe en bewuste samenwerking gericht op het opzetten van een hennepkwekerij in Frankrijk. De politierechter achtte het primair ten laste gelegde feit van medeplegen uitvoer van hennepplanten wettig en overtuigend bewezen.
De strafzaak kende een aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn, aangezien de zaak ruim 4,5 jaar duurde vanaf het eerste verhoor op 28 oktober 2014 tot het vonnis op 8 juli 2021. De politierechter oordeelde dat deze overschrijding niet aan de verdachte kon worden toegerekend en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die dit rechtvaardigden.
Gezien de ernst van het feit maar ook de overschrijding van de redelijke termijn, legde de politierechter een milde straf op: een taakstraf van 60 uur onbetaalde arbeid, met een vervangende hechtenis van 30 dagen bij niet-naleving. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.