ECLI:NL:RBNHO:2021:5941
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur niet tijdig beslist
Eiser heeft op 12 maart 2021 een verzoek ingediend op grond van artikel 3 van Pro de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) betreffende alle meldingen rondom integriteit sinds 1 januari 2017. Dit verzoek omvatte een omvangrijke hoeveelheid documenten, waaronder memo’s, e-mails, rapporten en databases.
Verweerder heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van vier weken besloten op het verzoek, noch een verlengingstermijn van vier weken aangevraagd. Eiser stelde verweerder op 23 april 2021 in gebreke, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
Verweerder erkende de termijnoverschrijding en gaf aan dat de omvang van het verzoek en de uitvoering van een eerdere uitspraak van de Raad van State het besluitproces vertraagden. Een extern bureau is ingeschakeld voor het zwartlakken van vertrouwelijke informatie.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en draagt verweerder op binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Verweerder moet het betaalde griffierecht aan eiser vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank draagt het college op binnen acht weken alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom op bij overschrijding.