ECLI:NL:RBNHO:2021:6006
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verminderd bewustzijn bij seksueel binnendringen
De rechtbank Noord-Holland behandelde de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van seksueel binnedringen bij een partner die in een diepe slaap of staat van verminderd bewustzijn verkeerde. De officier van justitie vorderde een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte vanwege gebrek aan bewijs.
De aangeefster verklaarde dat zij tijdens de nacht sliep en wakker werd doordat verdachte seksuele handelingen verrichtte. Verdachte ontkende dit. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om vast te stellen dat het slachtoffer zich in een toestand van verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht bevond, een essentieel bestanddeel van het ten laste gelegde feit volgens artikel 243 Sr Pro.
Hoewel er DNA-sporen van verdachte werden aangetroffen, bood dit geen sluitend bewijs voor penetratie. Ook de sms-berichten en verklaringen van de zus van het slachtoffer boden onvoldoende steunbewijs. De rechtbank sprak verdachte vrij en wees de schadevordering van het slachtoffer af wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het slachtoffer zich in een staat van verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht bevond.