ECLI:NL:RBNHO:2021:6766

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 mei 2021
Publicatiedatum
11 augustus 2021
Zaaknummer
AWB-20_2560
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015CIZ-protocol
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van aftrek minuten bij toekenning huishoudelijke hulp op grond van Wmo 2015

Eiseres heeft huishoudelijke ondersteuning aangevraagd vanwege een verslechtering van haar gezondheid. De gemeente Haarlem kende haar op grond van de Wmo 2015 huishoudelijke hulp toe voor 180 minuten per week, waarbij een aftrek op de normtijden van het CIZ-protocol werd toegepast.

Eiseres betoogde dat de aftrek niet gebaseerd mocht zijn op generieke normtijden zonder onafhankelijk en objectief onderzoek door deskundigen, en dat de aftrek niet op haar individuele situatie was toegespitst. De rechtbank oordeelde dat de gemeente binnen de wettelijke kaders en het CIZ-protocol is gebleven en dat het gebruikelijke onderzoek, waaronder een huisbezoek en een ondersteuningsplan, voldoende was.

De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de aftrek onjuist was toegepast of dat er meer deskundigheid noodzakelijk was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van huishoudelijke hulp met aftrek van minuten wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/2560

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 mei 2021 in de zaak tussen

[eiseres], te Haarlem, eiseres

(gemachtigde: mr. H.S. Eisenberger),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, verweerder

(gemachtigde: mr. S. El Jarroudi en M.C. Legemate).

Procesverloop

In het besluit van 7 oktober 2019 (primair besluit) heeft verweerder eiseres met ingang van 14 oktober 2019 op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) huishoudelijke ondersteuning toegekend, voor 180 minuten per week.
In het besluit van 19 maart 2020 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft op 22 maart 2021 plaatsgevonden via een beeldverbinding (skype). Namens eiseres heeft daaraan deelgenomen mr. H.S. Eisenberger en namens verweerder mr. S. El Jarroudi en M.C. Legemate.

Overwegingen

1. Eiseres heeft al langere tijd huishoudelijke ondersteuning voor 2 uur per week. Zij heeft zich op 5 augustus 2019 gemeld en gevraagd om uitbreiding in verband met een verslechtering van haar gezondheid. Na onderzoek heeft verweerder in het primaire besluit aan eiseres huishoudelijke ondersteuning toegekend voor 180 minuten per week (3 uur per week).
2. Verweerder heeft de door eiseres ingediende bezwaren ongegrond verklaard.
Verweerder stelt zich op het standpunt op basis van een zorgvuldig onderzoek naar alle individuele omstandigheden en aan de hand van de bij eiseres vastgestelde zorgbehoefte, de huishoudelijke ondersteuning te hebben vastgesteld. De tijdsduur is gebaseerd op de normen die het CIZ hanteert en verweerder stelt te zijn gebleven binnen de kaders van het CIZ-protocol. Verweerder heeft bij de beoordeling de normtijden van het CIZ voor een eenpersoonshuishouden van een seniorenwoning of kleine woning vergeleken met dat wat aan eiseres is toegekend. De hulp van in totaal 180 minuten is als volgt opgebouwd:
-zwaar huishoudelijk werk 90 minuten (conform CIZ-norm)
-licht huishoudelijk werk 35 minuten
-wasverzorging
50 minuten
Totaal 175 minuten, afgerond naar 180 minuten.
Het CIZ-protocol acht hier voor licht huishoudelijk werk 60 minuten per week nodig. Verweerder heeft 15 minuten afgetrokken omdat eiseres zelf de afwas doet en 10 minuten voor het zelf opmaken van het bed. Het CIZ-protocol acht hier voor wasverzorging 60 minuten per week nodig. Verweerder heeft 10 minuten afgetrokken omdat eiseres zelf de was in de wasmachine doet. Verweerder stelt te zijn afgegaan op de verklaringen van eiseres over welke taken zij zelf uitvoert. De activiteiten die eiseres zelf uitvoert hoeven niet te worden gecompenseerd, aldus verweerder. Verweerder ziet niet dat sprake is van teveel tijdsaftrek.
3. Het geschil in beroep in deze zaak spitst zich toe op de toepassing van korting in minuten bij de vaststelling door verweerder van de voor eiseres benodigde tijd voor hulp bij het huishouden op grond van de Uitvoeringsregels.
4. Eiseres voert in beroep samengevat aan dat de toegepaste aftrek niet kan bestaan uit generieke (standaard) normtijden zoals vermeld in de Uitvoeringsregels, die bovendien niet tot stand zijn gekomen door onafhankelijk en objectief onderzoek. Aftrek op de normtijden in het CIZ-protocol kan volgens eiseres uitsluitend plaatsvinden op basis van een onderzoek verricht door personen met specifieke medische en arbeidskundige deskundigheid. Een dergelijk onderzoek ontbreekt hier. De aftrek is niet op haar individuele situatie toegespitst. Van aftrek op de normtijden kan daarom geen sprake zijn.
5. De rechtbank overweegt, in lijn met de eerdere uitspraak van deze rechtbank van 6 maart 2020 (ECLI:NL:RBNHO:2020:1590), dat uit de toepasselijke wet- en regelgeving en jurisprudentie niet valt af te leiden dat de door verweerder gehanteerde normtijden in de Uitvoeringsregels gebaseerd moeten zijn op onafhankelijk en objectief onderzoek door een organisatie of instantie die geen belang heeft bij de uitkomsten van het onderzoek. Niet valt in te zien dat de Uitvoeringsregels niet juist tot stand zijn gekomen. Bovendien is verweerder daarmee gebleven binnen de kaders van het CIZ-protocol.
6. Het betoog van eiseres dat de aftrek op de normtijden niet kan bestaan uit standaardnormtijden maar uitsluitend gebaseerd kan zijn op een onderzoek in de individuele situatie door personen met specifieke medische en arbeidskundige deskundigheid vindt evenmin steun in de wet of jurisprudentie. De rechtbank is van oordeel dat verweerder heeft kunnen volstaan met het gebruikelijke onderzoek: eiseres is thuis bezocht en van dat gesprek is een onderzoeksverslag opgemaakt. Dit heeft geresulteerd in een ondersteuningsplan, waarin de te verrichten huishoudelijke taken zijn benoemd, ook de taken die eiseres zelf verricht. Verweerder heeft zich daarbij gebaseerd op de eigen verklaringen van eiseres tijdens het gesprek. Dat aanleiding bestond voor meer deskundigheid is de rechtbank niet gebleken. Eiseres heeft dit overigens ook niet verder concreet onderbouwd. Ook is niet gesteld of gebleken dat de informatie die verweerder heeft verkregen van eiseres onvolledig is of verkeerd is uitgelegd. Dat wordt ook niet aangevoerd.
7. Het bestreden besluit kan stand houden. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr.drs. J.H.A.C. Everaerts, rechter, in aanwezigheid van mr. H.R.A. Horring, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2021.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.