ECLI:NL:CRVB:2023:1998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gebruik normtijden bij toekenning maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning
Appellante, geboren in 1942, ondervindt beperkingen bij het uitvoeren van huishoudelijke taken en heeft op grond van de Wmo 2015 een maatwerkvoorziening voor huishoudelijke ondersteuning ontvangen van het college van burgemeester en wethouders van Haarlem. Na een verzoek tot uitbreiding van deze voorziening heeft het college een besluit genomen waarbij zij de omvang van de maatwerkvoorziening heeft vastgesteld op 180 minuten per week, gebaseerd op normtijden uit het CIZ-protocol Huishoudelijke Verzorging.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Het geschil spitste zich toe op de vraag of het college gebruik mocht maken van normtijden bij het bepalen van de omvang van de maatwerkvoorziening.
De Raad oordeelde dat het college bevoegd is om normtijden vast te stellen en te gebruiken als uitgangspunt bij het bepalen van de omvang van huishoudelijke ondersteuning. Het betoog van appellante dat dit in strijd zou zijn met de onderzoeksverplichting van het college werd verworpen, mede omdat normtijden slechts een uitgangspunt zijn waar in individuele gevallen van kan worden afgeweken. Appellante heeft onvoldoende onderbouwd waarom in haar situatie van de normtijden zou moeten worden afgeweken.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak is gedaan op 1 november 2023 door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.