Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
Helaas moet ik jou berichten dat wij per direct, 6 januari 2021, stoppen met de samenwerking en wordt de arbeidsrelatie verbroken.
Rechtbank Noord-Holland
Werknemer trad op 30 augustus 2020 in dienst bij Q-Comed als vestigingsmanager. Na een brand in zijn woning op 27 december 2020 kreeg hij toestemming om op 6 januari 2021 later te komen vanwege het bezichtigen van een nieuwe woonruimte. Op die dag werd hij op staande voet ontslagen door CTS Nederland B.V. wegens vermeende ongeoorloofde afwezigheid en fouten in functioneren.
De rechtbank stelde vast dat werknemer op 6 januari 2021 door collega en leidinggevende was geïnformeerd dat hij vrij kon nemen vanwege rustige werkplek. Er was geen sprake van ongeoorloofde afwezigheid of onvoldoende functioneren. Bovendien was het ontslag door de verkeerde rechtspersoon gegeven, waardoor het ontslag niet rechtsgeldig was.
De rechtbank vernietigde het ontslag op staande voet en veroordeelde Q-Comed tot doorbetaling van het loon tot het einde van de arbeidsovereenkomst op 26 maart 2021, inclusief wettelijke verhoging en rente. De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Proceskosten kwamen voor rekening van Q-Comed.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en Q-Comed wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon met wettelijke verhoging en rente.