Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 februari 2021 in de zaak tussen
[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres,
de heffingsambtenaar van Cocensus, verweerder.
Procesverloop
[A] (hierna: de onroerende zaak) voor het kalenderjaar 2018 vastgesteld op € 29.340.000. In hetzelfde geschrift is ook de aanslag onroerendezaakbelastingen 2018 bekendgemaakt.
Overwegingen
Gelet op de aard en het gebruik van een datacenter, dat veel kenmerken vertoont van een opslag- of distributiecentrum, is de waarde die aan de onroerende zaak wordt toegerekend op een aantal punten fundamenteel onjuist:
Allereerst is de kwalificatie “fabriek” die op het taxatieverslag aan de onroerende zaak is toegekend, onjuist. De enige functie van de onroerende zaak is opslag van data. In de meeste gevallen zal een onroerende zaak die uitsluitend voor opslag wordt gebruikt, minder waarde vertegenwoordigen dan een fabriek of productiefaciliteit.
Ten tweede wordt ten onrechte een groot gedeelte van de onroerende zaak aangemerkt als kantoor of werkruimte, in plaats van opslagruimte waaraan gemiddeld een veel lagere huurwaarde wordt toegekend. Het overgrote deel van de onroerende zaak bestaat uit opslagruimte waaraan, gelet op pagina 46 van de Taxatiewijzer Huurwaardekapitalisatie (deel 24), een waarde van € 80 per vierkante meter dient te worden toegerekend.
Voorts stond de onroerende zaak op de toestandsdatum geheel leeg, was deze niet verhuurd en bestond de onroerende zaak uit een betonnen schil zonder enige technische installatie.
Tot slot wordt voor een datacenter dat in gebruik is genomen over het algemeen een kapitalisatiefactor (hierna: de factor) gehanteerd van 11,5. Gelet op de leegstand dient in het onderhavige geval de factor te worden verlaagd van 15 naar 10.
De waarde dient derhalve aanzienlijk lager te worden vastgesteld. Eiseres bepleit een waarde van € 22.902.216 en stelt daartoe dat de totale vloeroppervlakte van de onroerende zaak 21.725 m² bedraagt waaraan een huurprijs kan worden toegekend van € 80 per vierkante meter met een factor 10, hetgeen in een huurwaarde resulteert van € 1.738.000 en een WOZ-waarde van € 17.380.000 exclusief en € 22.902.216 inclusief BTW en parkeerkosten. Ter zitting heeft eiseres gesteld dat één van de zes datahallen per de waardepeildatum in gebruik was. Op grond hiervan heeft zij ter zitting het nadere standpunt ingenomen dat de waarde niet hoger kan zijn dan ((1/6 x € 29.340.000) + (5/6 x € 22.902.216)) =) € 23.975.180. De aanslag onroerendezaakbelastingen dient overeenkomstig te worden verlaagd, aldus eiseres.
3 oktober 2020 door [C] . In dat taxatierapport zijn naast de gegevens van de onroerende zaak, de huur- respectievelijk verkoopgegevens vermeld van [D] (hierna: het vergelijkingsobject).
24.00 uur) ter post heeft bezorgd.
De Raad heeft in zijn voornoemde uitspraak in rechtsoverwegingen 4.8 en 4.9.2 hieromtrent het volgende overwogen:
De rechtbank is van oordeel dat eiseres met de door haar overgelegde plattegronden, die dateren van bijna een half jaar vóór de toestandsdatum en waaruit derhalve niet valt op te maken wat de toestand was op 1 januari 2018, en de eerst ter zitting hierop gegeven toelichting, haar standpunt dat de onroerende zaak niet gereed was op de toestandsdatum onvoldoende heeft onderbouwd. Verweerder heeft met zijn taxatierapport en de bijbehorende matrices alsmede met de hierop ter zitting gegeven toelichting, naar het oordeel van de rechtbank en in het licht van de onvoldoende onderbouwde stelling van eiseres op dit punt, voldoende aannemelijk gemaakt dat ervan mocht worden uitgegaan dat de onroerende zaak gereed was op de toestandsdatum. Daarmee heeft verweerder tevens aannemelijk gemaakt dat de aan de onroerende zaak toegekende huurwaarde van € 106 per vierkante meter niet te hoog is.