ECLI:NL:CRVB:2020:1207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen terugvordering bijstand wegens overschrijding termijn
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd geconfronteerd met terugvordering van €2.476,- wegens vermoedelijke zwarte inkomsten. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht. Het bezwaar tegen de terugvordering werd door het college ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de boete niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de stortingen leningen waren en dat het bezwaar tijdig was ingediend via Falk Post, een bij ACM geregistreerd postbedrijf. De Raad oordeelde dat leningen niet zijn uitgezonderd van het middelenbegrip en dat de stortingen terecht als inkomen zijn aangemerkt.
Verder stelde de Raad dat verzending per post niet langer uitsluitend via PostNL hoeft te verlopen, maar ook via andere bij ACM geregistreerde postbedrijven kan plaatsvinden. Echter was het bezwaarschrift niet tijdig ter post bezorgd, omdat het poststempel op 21 december 2017 viel, na de termijn die op 20 december 2017 eindigde. Appellant kon niet aannemelijk maken dat het bezwaar eerder was verzonden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de boete is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn en het beroep tegen de terugvordering bijstand is ongegrond.