Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
- die [slachtoffer] op/tegen diens hoofd heeft/hebben geslagen/gestompt en/of
- twee, althans een, ketting(en) van de nek/hals van die [slachtoffer] heeft/hebben (los)gerukt/getrokken en/of
- tegen die [slachtoffer] op dreigende toon heeft/hebben gezegd "Waar is je geld?", althans woorden van gelijke aard/strekking en/of
- tegen die [slachtoffer] op dreigende toon heeft/hebben gezegd "Geef je telefoon anders kun je de politie bellen", althans woorden van gelijke aard/strekking (waarna verdachte en/of diens mededader(s) de mobiele telefoon uit de hand van die [slachtoffer] heeft/hebben getrokken).
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
30 maanden.
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 5.485,-, bestaande uit € 3.485,- als vergoeding voor de materiële en € 2.000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door (een van) de medeverdachte(n) is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.