Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De schriftelijke vordering
€ 101.400,82en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
- het proces-verbaal van indicatoren eerdere oogsten d.d. 26 augustus 2020 (dossierpagina's 32-34), waarin op basis van onderzoek wordt geconcludeerd dat er in de aangetroffen hennepkwekerij meerdere oogsten zijn geweest;
- gedeeltes uit de verklaringen van de verdachte;
- een proces-verbaal DVR d.d. 5 november 2020 (dossierpagina's 52-57), waaruit blijkt dat er vermoedelijk rond 4 augustus 2020 is geoogst;
- het BOOM-rapport, waarin standaardberekeningen en normen met betrekking tot het wederrechtelijk verkregen voordeel van hennepkwekerijen bij binnenteelt onder kunstlicht zijn vermeld.
€ 57.600,00(oogst 1: € 27.600,00 (9,2 kilo a € 3,00/gram) + oogst 2: € 30.000,00 (10 kilo a € 3,00/gram) bedroeg.
huisvestingskosten€ 500,00 per maand.
kosten aankoop hennepstekken€ 5,00 per stek/plant
investeringskosten€ 35.000,00 in totaal.
knipkostenook van de opbrengst worden afgetrokken.
€ 1.841,10. De rechtbank zal dit bedrag in mindering brengen op de opbrengst.
€ 2.895,60.De rechtbank zal dit bedrag in mindering brengen op de opbrengst.
€ 800,00. De rechtbank zal dit bedrag in mindering brengen op de opbrengst.
€ 550,00in mindering brengen op de opbrengst.
€ 2.948,80in mindering brengen op de opbrengst.
wederrechtelijk verkregen voordeeldoor de rechtbank wordt
geschatop:
=€ 48.564,50.
€48.564,50.
6.Toepasselijke wettelijke bepaling
7.Beslissing
€48.564,50(zegge: achtenveertigduizend vijfhonderdvierenzestig euro en vijftig cent).
€48.564,50(zegge: achtenveertigduizend vijfhonderdvierenzestig euro en vijftig cent), ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel.
gijzelingdie met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op
161 dagen.