ECLI:NL:RBNHO:2021:7920
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2016 wegens niet-toekenning vrijstelling en aftrek dubbele belasting
Eiser was in 2016 werkzaam op een binnenschip binnen de EU en ontving een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen van de Belastingdienst zonder vrijstelling of aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Eiser betwistte deze aanslag en stelde onder meer dat hij recht had op vrijstelling van premieheffing en aftrek van in Liechtenstein betaalde premies.
De rechtbank oordeelde dat de door de Sociale Verzekeringsbank afgegeven A1-verklaring rechtsgeldig is en dat het beroep bij de Centrale Raad van Beroep geen schorsende werking heeft. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad en concludeerde dat geen verrekening van premies kan plaatsvinden en dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat hij in Liechtenstein belastingplichtig was.
Verder werd geoordeeld dat de werkzaamheden niet in Liechtenstein werden verricht, aangezien Liechtenstein geen Rijnoever heeft en niet is toegetreden tot de Herziene Rijnvaartakte. De rechtbank wees ook het verzoek om proceskostenvergoeding af en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2016 wordt ongegrond verklaard.