ECLI:NL:RBNHO:2021:812
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vrijstelling omzetbelasting voor besnijdenis zonder medische indicatie
De rechtbank Noord-Holland behandelde het geschil tussen een instelling gespecialiseerd in besnijdenissen en de Belastingdienst over een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2012. De Belastingdienst stelde dat alleen besnijdenissen met medische indicatie vrijgesteld zijn van omzetbelasting, terwijl de instelling stelde dat ook preventieve en psychische voordelen vrijstelling rechtvaardigen.
De rechtbank stelde vast dat de wettelijke vrijstelling strikt moet worden uitgelegd en dat medische handelingen alleen vrijgesteld zijn als ze een therapeutisch doel hebben. De preventieve werking van besnijdenissen werd niet aannemelijk gemaakt en ook het beroep op psychische voordelen werd onvoldoende onderbouwd geacht. De verklaring van een arts verbonden aan de instelling werd niet als objectief beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst terecht uitging van een laag percentage vrijgestelde omzet (5%) en dat de naheffingsaanslag niet te hoog was vastgesteld. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en begunstigend beleid faalden eveneens. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien voor het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting over besnijdenissen zonder medische indicatie wordt bevestigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.