ECLI:NL:RBNHO:2021:8280
Rechtbank Noord-Holland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep Wob-verzoek
Verzoeker diende op 14 juni 2021 beroep in bij de rechtbank wegens het niet tijdig nemen van een besluit op zijn Wob-verzoek van 15 maart 2021, waarin hij informatie vroeg over campagneactiviteiten van de minister van Financiën in diens rol als lijsttrekker van het CDA.
Op 8 juli 2021 heeft verweerder alsnog op het verzoek beslist, waarna verzoeker het beroep introk en toestemming gaf om de behandeling van het verzoek om proceskostenvergoeding achterwege te laten. De rechtbank heeft verweerder de gelegenheid gegeven te reageren, maar deze heeft niet gereageerd.
De rechtbank heeft partijen gewezen op hun recht om gehoord te worden, maar zij maakten hier geen gebruik van. De rechtbank besloot het onderzoek te sluiten en oordeelde dat hoewel verweerder aan het beroep tegemoet is gekomen, er geen aanleiding is tot proceskostenveroordeling omdat het beroepschrift niet door een derde met beroepsmatige rechtsbijstand is ingediend en er geen andere proceskosten zijn aangetoond.
De rechtbank wijst erop dat verweerder verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht te vergoeden en dat verzoeker zich hiervoor tot verweerder moet wenden. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.