Eiser heeft beroep ingesteld tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet voor de jaren 2013, 2014 en 2015. Na heroverweging door verweerder zijn de aanslagen verminderd conform de ingediende aangiften, waarna eiser de beroepen heeft ingetrokken. Tegelijk verzocht eiser om proceskostenvergoeding op grond van artikel 8:75a Awb.
De rechtbank constateert dat eiser tijdens de bezwaarfase geen proceskostenvergoeding heeft gevraagd, waardoor de beoordeling zich beperkt tot de beroepsfase. Verweerder heeft toegezegd de proceskosten te vergoeden en de rechtbank past de vanaf 1 juli 2021 geldende tarieven toe, rekening houdend met de samenhang van de zaken.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van €1122 aan proceskosten voor rechtsbijstand, maar wijst de gevraagde reis- en verblijfskosten van €100 af wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van zitting. Tevens wordt het griffierecht van €48 aan eiser vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter M. Ferrier en griffier N. Joacim.