Eiseres had bezwaar gemaakt tegen een voorschotbeschikking zorgtoeslag 2019, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard. Na een nieuw besluit van de Belastingdienst werd het bezwaar alsnog gegrond verklaard en een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase toegekend. Eiseres trok vervolgens het beroep bij de rechtbank in en verzocht om een afzonderlijke uitspraak over de proceskostenvergoeding voor de beroepsfase.
De rechtbank overweegt dat verweerder reeds proceskosten en griffierecht heeft vergoed in een andere procedure, maar dat deze zaken niet samenhangen omdat ze niet nagenoeg gelijktijdig zijn behandeld en verschillende onderwerpen betreffen. Op grond daarvan wijst de rechtbank het verzoek toe en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten van € 748 voor de beroepsfase.
De uitspraak is gedaan door rechter M. Ferrier en griffier N. Joacim, en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam binnen zes weken na verzending.