ECLI:NL:RBNHO:2021:8972

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 oktober 2021
Publicatiedatum
14 oktober 2021
Zaaknummer
HAA 21/3219
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden in bezwaarprocedure

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Infrastructuur en Waterstaat, maar heeft in het beroepschrift geen gronden van het beroep vermeld zoals vereist volgens artikel 6:5 Awb Pro. De rechtbank heeft eiser een herstelmogelijkheid geboden door middel van een brief, die op tijd is bezorgd bij de gemachtigde, maar eiser heeft niet gereageerd en het verzuim niet hersteld.

Omdat geen verontschuldiging is gegeven en het beroep niet voldoet aan de formele eisen, verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Noord-Holland op 19 oktober 2021 zonder zitting, conform artikel 8:54 Awb Pro. Partijen zijn schriftelijk geïnformeerd over de uitspraak en de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet herstellen van dit verzuim.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 21/3219

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 oktober 2021 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. J.H.D. Elings),
en

De minister van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 7 juni 2021 (het bestreden besluit) beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
2. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank - na een herstelmogelijkheid - het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
3. Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiser bij brief van 4 augustus 2021 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen.
Onderzoek in het Track & Trace-systeem van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 5 augustus 2021 is bezorgd op het kantooradres van gemachtigde. Eiser heeft niet gereageerd.
4. Eiser heeft binnen die termijn het verzuim niet hersteld. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Jochem, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.