ECLI:NL:RBNHO:2021:9372
Rechtbank Noord-Holland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens toewijzing urgentieverklaring
Verzoekster diende beroep in tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Heerhugowaard tot afwijzing van haar aanvraag voor een urgentieverklaring. Tijdens de beroepsprocedure werd alsnog een woning met urgentie aan verzoekster toegewezen, waarna zij het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat tussen het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening geen samenhang bestaat zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), omdat het verschillende procedures met eigen doelen betreft. Verweerder stelde dat de proceskosten reeds in de voorlopige voorziening waren toegewezen en dat vergoeding in het beroep daarom moest worden afgewezen of verminderd.
De rechtbank wees het verzoek tot proceskostenvergoeding toe en stelde de kosten vast op € 748,-, gelijk aan één punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor 1. Omdat verzoekster een toevoeging had, moest de vergoeding aan de rechtsbijstandverlener worden betaald. Tevens wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 178,- door verweerder vergoed moet worden.
De uitspraak werd gedaan door rechter E. Jochem op 5 oktober 2021.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders wordt veroordeeld tot betaling van € 748,- aan proceskosten aan de rechtsbijstandverlener van verzoekster.