ECLI:NL:RBNHO:2021:9945

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 november 2021
Publicatiedatum
5 november 2021
Zaaknummer
HAA 21/328
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep huisvestingsurgentie

Verzoeker had een aanvraag voor huisvestingsurgentie ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem werd geweigerd. Na bezwaar werd dit besluit bevestigd. Verzoeker stelde beroep in tegen het bestreden besluit. Tijdens de procedure verleende het college een stadsvernieuwingsurgentie, maar op verzoek van een derde partij en op andere gronden dan door verzoeker aangevoerd.

Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding. De rechtbank heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht, dat proceskostenveroordeling mogelijk maakt als het bestuursorgaan tegemoet is gekomen in het beroep.

De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van tegemoetkomen omdat het nieuwe besluit niet op verzoek van verzoeker was genomen en op andere gronden berustte dan in het beroep was aangevoerd. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen in het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 21/328

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 november 2021 in de zaak tussen

[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. J. Sprakel),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, Middelen & Services, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 7 augustus 2020 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker van 24 april 2020 tot een huisvestingsurgentie geweigerd.
In het besluit van 10 december 2020 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft bij brief van 17 februari 2021 een verweerschrift ingediend.
Verweerder heeft bij besluit van 1 juli 2021 aan verzoeker een stadsvernieuwingsurgentie verleend. Bij brief van 6 juli 2021 heeft verweerder verzocht om, als het procesbelang nog gelegen is in vergoeding van de proceskosten, die af te wijzen op basis van hetgeen in het verweerschrift is betoogd.
Op 16 juli 2021 heeft verzoeker het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft niet gereageerd.
Nadat partijen zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord en niet binnen de gestelde termijn hebben verklaard gebruik te willen maken van dat recht, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. De rechtbank doet uitspraak met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding het verzoek om verweerder in de proceskosten te veroordelen toe te wijzen, omdat geen sprake is van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb. De stadsvernieuwingsurgentie is niet verleend op verzoek van verzoeker, maar op verzoek van Elan Wonen, en is toegekend op basis van een ander criterium dan de door verzoeker gevraagde urgentie. Het besluit van 1 juli 2021 is dan ook kennelijk genomen op andere gronden dan die verzoeker in beroep heeft aangevoerd.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Jochem, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.