ECLI:NL:RBNHO:2021:9994
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en motiveringsplicht bij bezwaar
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een tussenwoning te Haarlem, vastgesteld op €314.000 voor het kalenderjaar 2020. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €245.000 voor, onderbouwd met een taxatierapport en argumenten over de staat en ouderdom van de woning. Verweerder verdedigt de vastgestelde waarde met een eigen taxatierapport en stelt dat de kwaliteit en onderhoudstoestand van de woning gemiddeld zijn.
De rechtbank heeft de vergelijkingsobjecten van beide partijen onderzocht en concludeert dat de gehanteerde referentieobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en dat de verschillen in grootte en kwaliteit adequaat zijn meegenomen in de waardering. De stellingen van eiser over achterstallig onderhoud en waardedrukkende factoren zijn onvoldoende onderbouwd en kunnen niet leiden tot een lagere waardering.
Ook het door eiser aangevoerde motiveringsgebrek faalt, omdat de motiveringsplicht niet vereist dat KOUDV-factoren van door eiser aangedragen objecten worden vermeld. De rechtbank acht de motivering van verweerder voldoende inzichtelijk en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €314.000 wordt ongegrond verklaard.