ECLI:NL:RBNHO:2022:10116

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 april 2022
Publicatiedatum
15 november 2022
Zaaknummer
9722999
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging boete wegens ontbreken certificaat voor snelheidsmeting met laserapparaat

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden met 8 km/u te hard binnen de bebouwde kom. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.

De kern van het verweer betrof de twijfel aan de bevoegdheid van de verbalisant om het laserapparaat te bedienen, omdat een certificaat ontbreekt dat deze bevoegdheid bevestigt. De kantonrechter oordeelde dat de officier van justitie niet aannemelijk had gemaakt dat de verbalisant over een dergelijk certificaat beschikte, noch kon dit certificaat online worden gevonden.

Hierdoor concludeerde de kantonrechter dat de snelheidsmeting niet conform de Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers was uitgevoerd, waardoor de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep werd gegrond verklaard, de beschikking en beslissing vernietigd, en betrokkene kreeg het voordeel van de twijfel.

Daarnaast werd proceskostenvergoeding toegekend van € 785,25, verdeeld over de procedures bij de officier van justitie en de kantonrechter, waarbij de kantonrechter een halve punt toekende voor telefonisch horen conform recente jurisprudentie.

De officier van justitie werd veroordeeld tot terugbetaling van de zekerheidstelling en vergoeding van de proceskosten aan betrokkene.

Uitkomst: De boete wordt vernietigd wegens ontbreken van het certificaat voor de bediening van het laserapparaat.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9722999 \ WM VERZ 22-210
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 29 april 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Verkeersboete.nl (N.G.A. Voorbach)

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 29 april 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 8 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De gemachtigde heeft zijn twijfel geuit omtrent de bevoegdheid van de verbalisant tot het gebruik van het desbetreffende laserapparaat voor de snelheidsmeting nu een certificaat ontbreekt waaruit deze bevoegdheid blijkt. De snelheidsmeting zou daarmee, naar de kantonrechter begrijpt, niet conform de Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers (de Aanwijzing) zijn uitgevoerd en dit zou ertoe moeten leiden dat de beschikking waarbij de sanctie is opgelegd dient te worden vernietigd.
De kantonrechter volgt dit verweer, nu de vertegenwoordiger van de officier van justitie niet ter zitting aannemelijk heeft gemaakt dat de verbalisant beschikte over een certificaat om de meetapparatuur te bedienen. Daarnaast is de betreffende certificaat ook niet op het internet te vinden. De kantonrechter ziet thans geen reden om de officier van justitie nog in de gelegenheid te stellen om een nader proces-verbaal te overleggen, omdat de officier die gelegenheid al voldoende heeft gehad. Betrokkene krijgt dan ook het voordeel van de twijfel. Nu de gedraging niet vaststaat, is de boete ten onrechte opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.
Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene gelijk krijgt. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen die kosten worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 785,25. Daarbij is voor de procedure bij de officier van justitie een proceskostenvergoeding bepaald van € 405,75 (1,5 punten voor het beroepschrift en de hoorzitting, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 541,00) en voor de procedure bij de kantonrechter een proceskostenvergoeding van € 379,50,00 (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 759,00).
De kantonrechter is, anders dan voorheen, van oordeel dat bij de vaststelling van de vergoeding van de proceskosten op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen een half punt moet worden toegekend en niet een heel punt. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een uitspraak van 17 januari 2022 (ECLI: NL:GHARL:2022:280) heeft geoordeeld dat toekenning van een heel punt op een onjuiste rechtsopvatting berust en dat in het kader van een uniforme rechtstoepassing een half punt behoort te worden toegekend voor een telefonisch door de officier van justitie gehouden hoorzitting.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 785,25 en wijst de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;
‒ bepaalt dat het bedrag van € 785,25 aan de gemachtigde van betrokkene zal worden uitbetaald door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: