ECLI:NL:RBNHO:2022:10850

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 november 2022
Publicatiedatum
6 december 2022
Zaaknummer
9801411 \ CV EXPL 22-2136
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230h lid 5 BWArt. 6:230j BWArtikel 10 lid 3 Productvoorwaarden NS OV-Fiets B.V.
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering NS Reizigers voor reiskosten en OV-fiets kosten

NS Reizigers B.V. heeft een vordering ingesteld tegen een gedaagde wegens niet-betaalde reiskosten en kosten voor het gebruik van een OV-fiets. De gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De kantonrechter bevestigt dat de reisovereenkomst valt onder de uitzondering van artikel 6:230h lid 5 BW, waarbij de overeenkomst ontstaat bij het instappen en eindigt bij het uitstappen. NS Reizigers heeft voldoende aangetoond dat aan de informatieplichten is voldaan en dat een bedrag van €68,69 aan reiskosten toewijsbaar is.

Daarnaast kwalificeert de kantonrechter de OV-fietskosten als kosten voor een aanvullende dienst volgens artikel 6:230j BW. De gedaagde heeft uitdrukkelijk ingestemd met deze kosten. De gevorderde kosten van €63,50, inclusief toeslagen conform de productvoorwaarden, worden als redelijk beoordeeld en toegewezen.

De totale hoofdsom van €132,19 wordt toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 22 maart 2022. Ook worden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten aan de zijde van NS Reizigers toegewezen, terwijl de kosten voor de extra akte voor rekening van de eisende partij blijven.

De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het totaalbedrag van €172,19 plus rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €172,19 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9801411 \ CV EXPL 22-2136
Uitspraakdatum: 30 november 2022
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NS Reizigers B.V.
gevestigd te Utrecht
de eisende partij
gemachtigde: Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V.
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 7 september 2022 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten, hetgeen zij bij akte van 5 oktober 2022 heeft gedaan.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen.
De reisovereenkomst: artikel 6:230h lid 5 BW
2.2.
De eisende partij heeft in haar akte aangegeven het eens te zijn met de kantonrechter dat de reisovereenkomst valt onder de uitzondering van artikel 6:230h lid 5 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De reisovereenkomst komt namelijk tot stand wanneer de reiziger instapt en eindigt wanneer deze uitstapt. De eisende partij heeft voldoende onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten als genoemd in artikel 6:230h lid 5 BW, zodat een bedrag van
€ 68,69‬ aan reiskosten toewijsbaar is.
OV-fiets
2.3.
Met de eisende partij is de kantonrechter van oordeel dat de kosten voor de OV-fiets gekwalificeerd moeten worden als kosten voor een aanvullende dienst, in de zin van artikel 6:230j BW. In dit geval heeft de eisende partij voldoende toegelicht dat de gedaagde partij uitdrukkelijk met deze kosten heeft ingestemd. De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter dan ook voldaan aan de vereisten van artikel 6:230j BW.
2.4.
De eisende partij heeft verder gesteld dat het tarief van de OV-fiets € 3,85 per keer is, tot 24 uur. Na de maximale huurperiode van 72 uur volgt een toeslag van € 5,00 per 24 uur, hetgeen volgt uit artikel 10 lid 3 van Pro de Productvoorwaarden NS OV-Fiets B.V. Om die reden is er bij de gedaagde partij een bedrag van € 63,50 in rekening gebracht. De toeslag komt de kantonrechter niet onredelijk voor, zodat de gevorderde kosten van € 63,5‬0 toewijsbaar zijn.
Conclusie en kosten
2.5.
Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 132,19‬ (€ 68,69 + € 63,5‬0) aan hoofdsom toewijsbaar.
2.6.
Ook de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente zullen worden toegewezen.
2.7.
De gedaagde partij wordt (grotendeels) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, aangezien het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze extra akte op te stellen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 172,19‬, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 132,19 vanaf 22 maart 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 107,22 wegens dagvaardingskosten,
€ 128,00 wegens griffierecht en
€ 37,00 wegens salaris gemachtigde;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter