Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van een handhavingsverzoek gericht op het ingraven van een hemelwaterafvoerleiding door NSV zonder vergunning. De rechtbank oordeelt dat eiseres geen belanghebbende is omdat zij geen gevolgen van betekenis ondervindt van de werkzaamheden die op aanzienlijke afstand van haar woning plaatsvinden. Daarom had verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en voorziet zelf in de zaak door het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. Tevens is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep is overschreden met negen maanden, waarvoor eiseres een schadevergoeding van €1.000,- toekomt, verdeeld tussen verweerder en de Staat.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten en vergoeding van het griffierecht, en de Staat tot betaling van een deel van de proceskosten. De afwijzing van het handhavingsverzoek wordt inhoudelijk niet beoordeeld wegens het ontbreken van belanghebbendheid.