Eiseres, een vennootschap die op 15 januari 2016 is ontbonden en opgehouden te bestaan, had bezwaar gemaakt tegen een uitnodiging tot betaling van douanerechten. Het beroep tegen het afwijzen van het bezwaar werd ingesteld op 17 december 2019, nadat eiseres reeds was ontbonden. De rechtbank onderzocht of het beroep ontvankelijk was.
De rechtbank concludeerde dat na ontbinding en het feit dat geen heropening van de vereffening was aangevraagd, eiseres niet meer kon optreden als rechtspersoon. Daarom was het beroep ingesteld tegen een besluit dat genomen was toen eiseres niet meer bestond, niet-ontvankelijk. De rechtbank ging niet inhoudelijk op het beroep in.
Daarnaast werd het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen. Hoewel de redelijke termijn van twee jaar was overschreden, waren er bijzondere omstandigheden die verlenging rechtvaardigden. Bovendien kon eiseres tijdens de overschrijding geen spanning of frustratie ervaren omdat zij niet meer bestond, waardoor geen vergoeding werd toegekend.