ECLI:NL:RBNHO:2022:11314
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet tijdig beslissen en verzoek tot schriftelijke beslissing time-outbed
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het niet schriftelijk vastleggen van een besluit omtrent de toekenning van een time-outbed in de maatschappelijke opvang en tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder. De zaak betreft de periode vanaf maart 2021, waarin eiser werd geschorst van de opvanglocatie en geen passend time-outbed werd aangeboden.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek van eiser niet kan worden opgevat als een aanvraag in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het ter beschikking stellen van een time-outbed geen besluit is dat gericht is op rechtsgevolg, maar een feitelijke handeling betreft. Tevens is vastgesteld dat verweerder binnen de wettelijke termijn van acht weken een besluit heeft genomen, waardoor er geen sprake is van niet tijdig beslissen.
De rechtbank wijst het beroep af en verklaart het ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M. Jurgens en griffier F. Vermeij op 5 december 2022 te Haarlem.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst het verzoek tot schriftelijke beslissing af.