Eiser heeft een exploitatievergunning aangevraagd voor een pand in Beverwijk waar hij een onderneming exploiteert. Verweerder heeft de aanvraag aanvankelijk geweigerd en deze weigering gehandhaafd in bezwaar. Eiser stelde dat de vergunning van rechtswege was verleend omdat de beslistermijn was verstreken zonder een geldige opschorting.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn was verlengd tot 4 december 2020 en dat verweerder de termijn opschortte in afwachting van een schetsplan, waarbij eiser per e-mail instemde met deze opschorting. Nadat de opschorting eindigde op 20 januari 2021, verstreken de resterende 16 dagen van de beslistermijn ongebruikt, waardoor de vergunning van rechtswege is verleend.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Verweerder wordt veroordeeld het griffierecht en proceskosten aan eiser te vergoeden. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking meer.