ECLI:NL:RBNHO:2022:11612
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen gehuwdennorm AOW-pensioen wegens ontbreken duurzaam gescheiden situatie
Eiser ontvangt sinds november 2016 een AOW-pensioen op basis van de gehuwdennorm. Op 3 maart 2021 gaf eiser aan duurzaam gescheiden te leven van zijn partner vanaf 24 maart 2021. Na een vragenformulier en een telefonisch onderhoud op 5 oktober 2021 stelde de SVB een handhavingsrapportage op en nam op 5 november 2021 een besluit het pensioen ongewijzigd te laten. Eiser maakte bezwaar, dat deels werd gehonoreerd wegens motiveringsgebrek, maar het bezwaar tegen de toepassing van de alleenstaandennorm werd ongegrond verklaard.
De rechtbank beoordeelde of verweerder terecht de gehuwdennorm toepaste. De toetsing richtte zich op de feitelijke omstandigheden en de criteria voor duurzaam gescheiden leven volgens artikel 1 lid 3 sub b AOW Pro. Uit het telefoongesprek bleek dat eiser en zijn echtgenote een proefperiode van een jaar uit elkaar waren gegaan, met intentie tot scheiding van tafel en bed in oktober 2021, waarbij de echtgenote voorlopig werd onderhouden uit spaargeld.
De rechtbank oordeelde dat dit een tijdelijke situatie betrof en dat eiser geen objectieve en verifieerbare stukken had overgelegd waaruit een duurzame scheiding kon worden afgeleid. Daarom kon het beroep niet slagen. De rechtbank hoefde niet te oordelen over de vraag van financiële verstrengeling. Het beroep werd ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van de SVB wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een duurzaam gescheiden situatie.