De rechtbank Noord-Holland behandelde een civiele bodemzaak tussen Blue Harbor Group Ltd en Azure Naval Architects B.V. over schadevergoeding in verband met gebrekkige tekeningen voor een verlengstuk van het motorjacht "Renegade".
De rechtbank stelde vast dat er drie overeenkomsten waren gesloten, waarbij de eerste twee tussen Azure en Spider Investment Ltd waren en de derde tussen Azure en Blue Harbor. De eigendom van het schip was tussen de tweede en derde overeenkomst overgedragen van Spider Investment aan Blue Harbor. De gewijzigde algemene voorwaarden van de derde overeenkomst waren niet van toepassing op de eerste twee.
Blue Harbor had geen zelfstandig vorderingsrecht onder de eerste overeenkomst, omdat er geen geldige contractsoverneming had plaatsgevonden. Wel mocht Blue Harbor namens Spider Investment optreden op grond van lastgeving. De rechtbank oordeelde dat Spider Investment geen schade had geleden, terwijl Blue Harbor geen afspraken had gemaakt over de verdeling van de schade. Juridisch zijn de partijen afzonderlijk en kunnen zij niet worden vereenzelvigd.
De rechtbank verwierp het betoog van Blue Harbor dat het onaanvaardbaar zou zijn dat Azure wegkomt met wanprestatie vanwege formele verweren. Het uitgangspunt is dat overeenkomsten alleen rechten en verplichtingen voor partijen bij die overeenkomst scheppen. Blue Harbor werd veroordeeld in de proceskosten, die konden worden voldaan uit de reeds gestelde zekerheid op de derdengeldrekening.