Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
GAPA
1.Het procesverloop
2.De vordering
3.De beoordeling
4.De beslissing
21 december 2022;
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een vordering van een Belgische rechtspersoon tegen een Nederlandse gedaagde voor betaling van een parkeerretributie opgelegd in Antwerpen. De gedaagde verscheen niet, waarna verstek werd verleend. De eisende partij baseert de bevoegdheid van de Nederlandse rechter op artikel 4 van Pro de Brussel I-bis-verordening, stellende dat sprake is van een parkeerovereenkomst.
De kantonrechter oordeelt dat de parkeerretributie ook als een besluit met bezwaarrecht kan worden gezien, waardoor het mogelijk een administratiefrechtelijke zaak betreft die buiten de Brussel I-bis valt. Bij gebrek aan toepassing van Brussel I-bis wordt de bevoegdheid van de Nederlandse rechter gegrond op artikel 2 Rv Pro bevestigd, aangezien de gedaagde in Nederland woont.
Voor het toepasselijke recht wordt voorlopig Belgisch recht aangehouden, zowel onder Rome II (voor onrechtmatige daad) als Rome I (voor overeenkomst), omdat de eisende partij in België is gevestigd en geen rechtskeuze is gemaakt. De eisende partij krijgt de gelegenheid zich nader uit te laten over de rechtsgrond en toepasselijkheid van Belgisch recht, met name ook over haar hoedanigheid en naleving van consumentenrichtlijnen.
De zaak wordt aangehouden tot 21 december 2022 voor nadere toelichting van de eisende partij.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden en de eisende partij krijgt gelegenheid zich nader uit te laten over de rechtsgrond en toepasselijkheid van Belgisch recht.