Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het negeren van een inhaalverbod (bord F1). Betrokkene stelde dat de boete onterecht was omdat hij niet staande was gehouden, terwijl de boete aan de kentekenhouder was opgelegd. De verbalisant gaf aan geen staandehouding te hebben verricht vanwege een werkinstructie in verband met het coronavirus, die echter niet meer geldig was op de datum van de overtreding.
De kantonrechter oordeelde dat niet kon worden vastgesteld dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was geweest. Hierdoor was het onjuist de boete aan de kentekenhouder op te leggen. De beschikking en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd.
Verder werd de officier van justitie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, waarbij voor het telefonisch horen een half punt werd toegekend in plaats van een heel punt, conform een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De totale proceskostenvergoeding bedroeg € 1.164,75, uit te betalen door het CJIB.
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending.
Uitkomst: De boete wordt vernietigd omdat niet is vastgesteld dat geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond en de officier van justitie wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.