Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 2 maart 2022 en de daarin genoemde stukken
- de brief van 8 maart 2022 zijdens [eiser] aan de rechtbank met aanvullende producties 10 t/m 12
- de mondelinge behandeling van 1 juli 2022, waarvan door de griffier aantekeningen zijn bijgehouden.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Beroep op artikel 7:658 lid 1 althans Pro lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW)
1.126,00(2 punten × tarief € 563,00)
5.De beslissing
31 augustus 2022. [1]