11.1Boete vennootschapsbelasting
Voor de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2014 is de boete gebaseerd op artikel 67e van de AWR en § 25 en § 27 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (BBBB). Omdat de gedraging als opzet kwalificeert bedraagt de boete 50%. De motivering van de boete luidt als volgt:
Belastingplichtige wist dat zij haar aandeelhouder bevoordeelde door hem in de gelegenheid te stellen de huuropbrengsten die haar toekwamen door hem te laten genieten. De vennootschap heeft er bewust voor gekozen deze huuropbrengsten niet in de aangifte te verantwoorden en daardoor te weinig belasting te betalen. Deze handelswijze kwalificeert als opzet.
De grondslag voor de boete wordt gevormd door de hoogte van de navorderingsaanslag, dan wel indien er verliezen in aanmerking zijn of worden genomen, het bedrag waarop de navorderingsaanslag zou zijn berekend zonder rekening te houden met de verliezen. Dit laatste is in dit onderzoek het geval. Dat betekent dat de boete wordt bepaald aan de hand van de berekening van de aanslag waarbij geen rekening wordt gehouden met de nog te verrekenen verliezen.
(…)
De boete inzake de omzetcorrectie naar aanleiding van de niet verantwoorde omzet inzake de verkoop van een viertal auto’s in 2014 bedraagt 25%. De boete is gebaseerd op artikel 67e van de AWR en § 25 en § 27 van het BBBB.
Het is belastingplichtige kwalijk te nemen dat hij zijn administratie niet zodanig op orde heeft dat een dergelijke omissie zich niet voor kan doen. Er dient voldoende zorgvuldigheid te worden betracht om dit te voorkomen. Nu dit onvoldoende is gewaarborgd is dit belastingplichtige aan te rekenen. Er is sprake van ernstige nalatigheid gelijk te stellen met een geval van grove schuld.
De grondslag voor de boete wordt gevormd door de hoogte van de navorderingsaanslag, dan wel indien er verliezen in aanmerking zijn of worden genomen, het bedrag waarop de navorderingsaanslag zou zijn berekend zonder rekening te houden met de verliezen. Dit laatste is in dit onderzoek het geval. Dat betekent dat de boete wordt bepaald aan de hand van de berekening van de aanslag waarbij geen rekening wordt gehouden met de nog te verrekenen verliezen.”
6. Verweerder heeft met dagtekening 14 september 2019 een navorderingsaanslag Vpb 2014 opgelegd. De belastbare winst is daarbij vastgesteld op € 38.777 en het belastbaar bedrag op nihil vanwege te verrekenen verliezen uit voorgaande jaren. Tevens is een vergrijpboete opgelegd ten bedrage van € 3.860.
7. Verweerder heeft op 4 oktober 2019 een bezwaarschrift van eiseres ontvangen. Eiseres heeft haar bezwaar op 27 november 2019 gemotiveerd.
8. Verweerder heeft aan eiseres een voorgenomen uitspraak op bezwaar met dagtekening 1 mei 2020 verzonden, inhoudende niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar voor zover dat ziet op de navorderingsaanslag en gegrondverklaring van het bezwaar voor zover het ziet op de vergrijpboete.
9. Eiseres heeft per brief met dagtekening 16 juni 2020 gereageerd op de voorgenomen uitspraak op bezwaar en daarin medegedeeld het niet eens te zijn met de voorgenomen uitspraak op bezwaar. Verweerder heeft bij brief met dagtekening 2 oktober 2020 hierop gereageerd.
10. Verweerder heeft met dagtekening 10 mei 2021 een motivering van de uitspraak op bezwaar verzonden. De uitspraak op bezwaar is met dagtekening 12 juni 2021, overeenkomstig de vooraankondiging, gedaan. Verweerder heeft daarbij de vergrijpboete verminderd tot een bedrag van € 3.640.