ECLI:NL:RBNHO:2022:12421

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
28 november 2022
Publicatiedatum
2 maart 2023
Zaaknummer
10131135 WM VERZ 22-2057
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard wegens laden en lossen in plaats van parkeren

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het parkeren van een voertuig op een plek waar dat verboden was volgens bord E1 (parkeerverbod). Betrokkene stelde dat hij niet geparkeerd had, maar aan het laden en lossen was. Hij heeft dit consistent verklaard en toegelicht tijdens de zitting.

De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, maar tijdens de zitting bij de kantonrechter werd het beroep alsnog gegrond verklaard. De kantonrechter vond de verklaring van betrokkene duidelijk en consistent en twijfelde aan de waarneming van de verbalisant.

Hierdoor werd vastgesteld dat de gedraging waarvoor de boete was opgelegd niet vaststond, en de boete ten onrechte was opgelegd. De beslissing van de officier van justitie en de boetebeschikking werden vernietigd. Betrokkene krijgt het bedrag dat hij als zekerheidstelling had betaald terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep van betrokkene is gegrond verklaard en de boete wegens parkeren is vernietigd omdat laden en lossen aannemelijk is gemaakt.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 10131135 \ WM VERZ 22-2057
CJIB-nummer : 244106091
Uitspraakdatum : 28 november 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [woonplaats]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 28 november 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone).
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene ontkent dat de gedraging naar aanleiding waarvan de boete is opgelegd, is verricht, aangezien hij het voertuig niet geparkeerd had maar aan het laden en lossen was.
Ter zitting heeft betrokkene de situatie toegelicht. Hierna heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie de kantonrechter verzocht om het beroep gegrond te verklaren. Als reden hiervoor heeft zij aangevoerd dat betrokkene vanaf het begin een consistent verhaal heeft verteld, en dat het – mede door de gegeven toelichting op de zitting – aannemelijk is geworden dat betrokkene inderdaad heeft geladen en gelost en daarvoor continu heen en weer liep. De kantonrechter acht de verklaring van betrokkene ook duidelijk en consistent, en twijfelt daardoor aan de waarneming van de verbalisant. De gedraging staat hierdoor niet vast en daardoor is de boete ten onrechte opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Kruithof, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: