ECLI:NL:RBNHO:2022:1452
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van ontucht met minderjarige
De rechtbank Noord-Holland heeft verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten van ontucht met een minderjarige, gepleegd in de periode van 2007 tot 2014. De tenlastelegging betrof onder meer het brengen van een vibrator en vingers in de vagina van het slachtoffer, betasten en andere ontuchtige handelingen.
De rechtbank stelde vast dat de verklaringen van het slachtoffer inconsistent en onduidelijk waren, vooral gezien het lange tijdsverloop tussen de vermeende feiten en het moment van de verklaringen. Het informatieve gesprek en de daaropvolgende verklaringen bevatten weinig specifieke details en werden onvoldoende ondersteund door bewijs van andere bronnen. Bewijsmiddelen zoals een dagboek konden niet worden gevonden en telefoons leverden geen relevante gegevens op.
De officier van justitie had een gevangenisstraf van 36 maanden geëist, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, maar de rechtbank vond het bewijs onvoldoende om tot een veroordeling te komen. Ook de vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd afgewezen wegens het ontbreken van bewezenverklaring. De voorlopige hechtenis van verdachte werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontucht met een minderjarige.