De rechtbank Noord-Holland heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk invoeren van 0,487 kilogram cocaïne in geïmpregneerde kledingstukken op 16 november 2021 te Schiphol. Verdachte reisde vanuit Curaçao en had 21 kledingstukken in zijn koffer die met cocaïne waren geïmpregneerd. Hij verklaarde niet op de hoogte te zijn van de drugs, maar de rechtbank oordeelde dat hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de kleding cocaïne bevatte.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had, ook niet voorwaardelijk, maar dit werd verworpen op basis van vaste jurisprudentie en de omstandigheden, waaronder het feit dat verdachte meerdere keren aan zijn neef vroeg of er niets in de kleding zat en dat de kleding stug en vettig aanvoelde. Verdachte is lid van een criminele bende en had eerder voor de broer van zijn neef een auto op zijn naam gezet.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte het middel opzettelijk heeft ingevoerd en kwalificeerde dit als een strafbaar feit onder de Opiumwet. Gelet op de hoeveelheid cocaïne en de ernst van het feit werd een gevangenisstraf van 180 dagen opgelegd, waarvan 79 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden en het feit dat verdachte een first offender is.
De rechtbank concludeerde dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf passend is, maar koos voor een gedeeltelijk voorwaardelijke straf om verdachte te stimuleren zich aan de wet te houden. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de straf. Het vonnis werd uitgesproken op 24 februari 2022 door een meervoudige strafkamer.