ECLI:NL:RBNHO:2022:1511

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
28 februari 2022
Publicatiedatum
24 februari 2022
Zaaknummer
HAA 21/5361
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht in bestuursrechtelijke zaak

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de Belastingdienst, maar heeft nagelaten het verschuldigde griffierecht van €360 te voldoen binnen de gestelde termijn. De griffier heeft haar tweemaal in de gelegenheid gesteld het griffierecht alsnog te betalen, zonder resultaat.

De rechtbank overweegt dat de Nederlandse regeling omtrent griffierechten zodanig is dat de toegang tot de rechter niet wordt belemmerd. Bovendien kan een rechtzoekende een beroep op betalingsonmacht doen indien het griffierecht het gebruik van de bestuursrechtelijke rechtsgang onmogelijk maakt. Eiseres heeft echter geen dergelijk beroep gedaan.

Gelet op de niet-betaling en het ontbreken van een verontschuldiging verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht zonder geldige verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 21/5361

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 februari 2022 in de zaak van

[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres,

(gemachtigde: A.F.M.J. Verhoeven)
en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft bij brief van 19 oktober 2021 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 21 september 2021.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht op grond van artikel 8:41, tweede lid, van de Awb, gelezen in samenhang met de bij de Awb behorende Regeling verlaagd griffierecht € 360. Op grond van artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb moet het griffierecht binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier dat het verschuldigd is, zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, is het beroep op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
3. De griffier heeft bij brief van 29 oktober 2021 eiseres in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Eiseres heeft niet gereageerd. Vervolgens heeft de griffier bij aangetekend verzonden brief van 27 november 2021 eiseres nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Onderzoek in het Track & Trace-systeem van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 30 november 2021 is bezorgd.
4. Eiseres heeft het griffierecht niet op tijd betaald en heeft niet gereageerd. De gemachtigde heeft in beroep aangevoerd dat de hoogte en de wijze waarop griffierechten worden geheven in kennelijke strijd zijn met het Unierecht.
5. In het algemeen kan worden aangenomen dat de in Nederland bestaande regeling in het bestuursrecht over heffing van griffierecht van dien aard is dat rechtzoekenden daarmee de toegang tot de rechter niet wordt ontnomen. Verder kan een rechtzoekende bij de rechter een beroep op betalingsonmacht doen indien heffing van het ingevolge de wet verschuldigde bedrag aan griffierecht het voor hem onmogelijk, althans uiterst moeilijk, maakt om gebruik te maken van een door de wet opengestelde bestuursrechtelijke rechtsgang. Het is niet voor redelijke twijfel vatbaar dat met deze voorziening wordt voldaan aan het Unierechtelijke doeltreffendheidsbeginsel en aan de andere beginselen van het Unierecht. Eiseres heeft de naar Nederlands recht verschuldigde griffierechten niet voldaan en geen beroep gedaan op betalingsonmacht. Gelet op het voorgaande zijn deze griffierechten niet in strijd met het Unierecht geheven (Hoge Raad 11 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1579).
6. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.
7. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Ferrier, rechter, in aanwezigheid van
N. Joacim, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.