Verzoekster heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot opheffing van het bij beschikking van 17 december 2013 ingestelde bewind over haar goederen. Zij motiveert dit verzoek met haar onvrede over het bewind en de bewindvoerder, met name vanwege het afwijzen van verzoeken om extra geld en haar ontevredenheid over de samenwerking.
De bewindvoerder verzet zich tegen het verzoek en wijst op de verslechterde situatie, waaronder het aanpassen van het rekeningnummer door verzoekster en grensoverschrijdend gedrag, zoals het toezenden van een foto van haar dochter. Dit heeft het vertrouwen tussen partijen ernstig geschaad, waardoor voortzetting van het bewind onder deze bewindvoerder niet mogelijk is.
Hoewel de kantonrechter twijfelt of verzoekster haar financiën zelfstandig kan beheren, oordeelt hij dat vanwege de ernstige gedragsproblemen en het ontbreken van een zinvolle samenwerking het bewind moet worden opgeheven. De opheffing gaat in twee weken na de uitspraak in en de bewindvoerder mag een eenmalige vergoeding van €220 exclusief btw in rekening brengen voor het opmaken van de eindrekening.