Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[passagier sub 1]
[passagier sub 2]
3. [passagier sub 3]
4. [passagier sub 4]
1.Het procesverloop
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
griffierecht € 236,00
salaris gemachtigde € 436,00;
Rechtbank Noord-Holland
De passagiers hebben een vordering ingesteld tegen de vervoerder Air Mauritius Limited wegens een luchtvaartclaim. De vervoerder heeft zich niet uitgelaten over de vragen in het tussenvonnis, mede omdat de insolventieprocedure waaronder zij viel, inmiddels is beëindigd. Hierdoor is het verweer van de vervoerder dat betrekking had op de insolventie niet meer relevant.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering niet wordt betwist en daarom toewijsbaar is. De passagiers vorderen betaling van de hoofdsom van €2.400, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van de vlucht, 11 mei 2018. Deze rentevordering wordt eveneens toegewezen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat niet is gesteld dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht.
De proceskosten worden toegewezen aan de passagiers, aangezien de vervoerder grotendeels in het ongelijk is gesteld. Daarnaast wordt de vervoerder veroordeeld tot betaling van nakosten voor zover deze daadwerkelijk zijn gemaakt. Een verzoek tot afgifte van een certificaat voor tenuitvoerlegging in een lidstaat wordt afgewezen omdat de vervoerder statutair niet in een lidstaat is gevestigd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vervoerder wordt veroordeeld tot betaling van €2.400 met wettelijke rente en proceskosten, het meer gevorderde wordt afgewezen.