ECLI:NL:RBNHO:2022:1724

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 februari 2022
Publicatiedatum
2 maart 2022
Zaaknummer
9588532 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging boete wegens ontbreken schouwrapport bij geslotenverklaring Alkmaar

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen op 11 juli 2020. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 4 februari 2022 handhaafde de officier van justitie de boete en overhandigde een algemeen proces-verbaal met betrekking tot de geslotenverklaring en de bebording in Alkmaar. De gemachtigde van betrokkene trok een beroepsgrond in die betrekking had op een ontbrekende plattegrond.

De kantonrechter overwoog dat een schouwrapport uit juli 2020 ontbrak, terwijl uit jurisprudentie volgt dat zo’n rapport noodzakelijk is om vast te stellen dat het bord met de geslotenverklaring juist was geplaatst. Op de foto van de gedraging was het voertuig van betrokkene zichtbaar, maar niet het bord. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de gedraging had plaatsgevonden en werd de boete ten onrechte opgelegd.

Het beroep werd gegrond verklaard, de boete en beslissing van de officier van justitie werden vernietigd. Tevens werd betrokkene proceskostenvergoeding toegekend van € 1.164,75, waarvan een deel voor de procedure bij de officier van justitie en een deel voor de procedure bij de kantonrechter. De rechtbank paste daarbij een nieuwe systematiek toe voor de toekenning van punten voor telefonisch horen.

De uitspraak werd gedaan door kantonrechter P.J. Jansen en is openbaar. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken.

Uitkomst: De boete wordt vernietigd wegens ontbreken van een schouwrapport dat bevestigt dat het bord met geslotenverklaring juist was geplaatst.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9588532 \ WM VERZ 21-758
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 18 februari 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : I. Menalo, Appjection B.V. te Amsterdam.

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 februari 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen.
De vertegenwoordiger van officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. Aanvullend legt de vertegenwoordiger van de officier van justitie ter zitting het algemeen proces-verbaal met betrekking tot de geslotenverklaring en de bebording in de gemeente Alkmaar over met de daarbij behorende plattegrond waarop staat aangegeven waar de bebording is geplaatst.
De gemachtigde stelt ter zitting dat zij de beroepsgrond met betrekking tot de ontbrekende plattegrond intrekt.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen.
De kantonrechter overweegt dat in dit geval door de officier van justitie een schouwrapport had moeten worden overgelegd waaruit blijkt dat in de maand juli 2020 is vastgesteld dat het bord met de geslotenverklaring juist is en geplaatst. Dat volgt uit de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 december 2021 (ECLI:NL:GHARL:2021:11637). Op de foto van de gedraging, die zou zijn begaan op 11 juli 2020, is namelijk wel het voertuig van betrokkene zichtbaar, maar geen bord met de geslotenverklaring. Omdat een schouwrapport van juli 2020 ontbreekt, kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is begaan, zodat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking meer. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen dus worden vernietigd.
Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene gelijk krijgt. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen die kosten worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 1.164,75. Daarbij is voor de procedure bij de officier van justitie een proceskostenvergoeding bepaald van € 405,75 (1,5 punten voor het beroepschrift en de hoorzitting, wegingsfactor 0.5, waarde per punt € 541,00) en voor de procedure bij de kantonrechter een proceskostenvergoeding van € 759,00 (2 punten voor het beroepschrift en de zitting, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 759,00).
De kantonrechter is, anders dan voorheen, van oordeel dat bij de vaststelling van de vergoeding van de proceskosten op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen een half punt moet worden toegekend en niet een heel punt. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een uitspraak van 17 januari 2022 (ECLI: NL:GHARL:2022:280) heeft geoordeeld dat toekenning van een heel punt op een onjuiste rechtsopvatting berust en dat in het kader van een uniforme rechtstoepassing een half punt behoort te worden toegekend voor een telefonisch door de officier van justitie gehouden hoorzitting.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.164,75 en wijst de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;
‒ bepaalt dat voormeld bedrag aan de gemachtigde van betrokkene zal worden uitbetaald door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: