Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen op 11 juli 2020. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 4 februari 2022 handhaafde de officier van justitie de boete en overhandigde een algemeen proces-verbaal met betrekking tot de geslotenverklaring en de bebording in Alkmaar. De gemachtigde van betrokkene trok een beroepsgrond in die betrekking had op een ontbrekende plattegrond.
De kantonrechter overwoog dat een schouwrapport uit juli 2020 ontbrak, terwijl uit jurisprudentie volgt dat zo’n rapport noodzakelijk is om vast te stellen dat het bord met de geslotenverklaring juist was geplaatst. Op de foto van de gedraging was het voertuig van betrokkene zichtbaar, maar niet het bord. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de gedraging had plaatsgevonden en werd de boete ten onrechte opgelegd.
Het beroep werd gegrond verklaard, de boete en beslissing van de officier van justitie werden vernietigd. Tevens werd betrokkene proceskostenvergoeding toegekend van € 1.164,75, waarvan een deel voor de procedure bij de officier van justitie en een deel voor de procedure bij de kantonrechter. De rechtbank paste daarbij een nieuwe systematiek toe voor de toekenning van punten voor telefonisch horen.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter P.J. Jansen en is openbaar. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken.
Uitkomst: De boete wordt vernietigd wegens ontbreken van een schouwrapport dat bevestigt dat het bord met geslotenverklaring juist was geplaatst.