Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden met 37 km/u te hard op een autosnelweg buiten de bebouwde kom. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter, die de zaak op 7 januari 2022 behandelde.
De verdediging voerde aan dat de meting onbetrouwbaar was vanwege een te grote afstand (150 meter) tussen het voertuig van de verbalisant en dat van betrokkene, en dat niet duidelijk was welke verbalisant de overtreding had vastgesteld, waardoor twijfel bestond over diens bevoegdheid. De officier van justitie overhandigde een e-mail van een verbalisant en een arrest ter onderbouwing.
De kantonrechter oordeelde dat ondanks de afstand het voertuig goed gevolgd kon worden en het kenteken bij staande houding kon worden vastgesteld. Er was geen reden om aan te nemen dat de verbalisanten niet bevoegd waren. Betrokkene erkende de overtreding bij staande houden. Gezien deze feiten werd het beroep ongegrond verklaard en werd de boete bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.