ECLI:NL:RBNHO:2022:1833

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
21 januari 2022
Publicatiedatum
4 maart 2022
Zaaknummer
9546510 \ WM VERZ 21-1136
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete wegens te hard rijden binnen de bebouwde kom ongegrond verklaard

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens 25 km per uur te hard rijden binnen de bebouwde kom. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kern van het verweer was dat de beschikking onvoldoende individualiseerbaar was, omdat de locatieaanduiding 'Spoorsingel' summier was en er geen foto was gemaakt. Betrokkene zou zich daardoor niet goed kunnen verweren, wat strijd zou opleveren met het verdedigingsbeginsel.

De kantonrechter oordeelde echter dat het verdedigingsbeginsel niet was geschonden omdat betrokkene staande was gehouden en daarbij een eerste reactie heeft kunnen geven. Er was geen aanwijzing dat de verbalisant zich had onthouden van uitleg over de overtreding en locatie. Er waren ook geen feiten die twijfel aan de verklaring van de verbalisant rechtvaardigden.

Daarom werd de boete terecht opgelegd en zag de kantonrechter geen reden tot matiging. Het beroep werd ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens te hard rijden binnen de bebouwde kom wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 9546510 \ WM VERZ 21-1136
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 21 januari 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : mr. [gemachtigde] .

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 januari 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens gemachtigde is mr. [gemachtigde] verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 25 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom.
Gemachtigde heeft ter zitting bevestigd dat betrokkene het niet eens is met de beslissing van de officier van justitie. Hierna zijn kort de door gemachtigde namens betrokkene aangevoerde gronden doorgenomen. In het beroepschrift is – kort weergegeven – aangevoerd:
 dat de beschikking onvoldoende individualiseerbaar is. In de aanduiding van de locatie staat enkel opgenomen “Spoorsingel”. Welke weg dit precies is en ter hoogte van welk hectometerpaaltje of perceelnummer de controle is gedaan blijkt niet uit het zaakoverzicht. Ook is er geen foto gemaakt. Betrokkene kan zich met de huidige stand van zaken niet voldoende verweren, en dit levert strijd op met het verdedigingsbeginsel.
De kantonrechter is van oordeel dat het verdedigingsbeginsel niet is geschonden. Betrokkene is in dit geval staande gehouden en heeft verklaard: “Ik moest snel mijn hond halen bij mijn ouders”. Hij heeft destijds aldus een eerste reactie kunnen geven. Nu er staande gehouden is, mag tevens aangenomen worden dat de verbalisant uitgelegd heeft wat er gebeurd is en waar. Uit het beroepschrift maakt de kantonrechter in ieder geval niet op dat de verbalisant tijdens het staande houden zich onthouden heeft van tekst en uitleg, en betrokkene hierdoor, in combinatie met de volgens gemachtigde ‘summiere locatie-aanduiding’ op de beschikking thans compleet in het duister tast over de toedracht van de opgelegde boete.
Voorts zijn er onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. de Greef, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: