In deze zaak vordert DGB Energie B.V. betaling van openstaande nota's voor geleverde elektriciteit en gas van de consument [gedaagde]. De consument betwist het bestaan van een overeenkomst en stelt dat DGB niet aan haar informatieplicht heeft voldaan, met name over het herroepingsrecht.
De kantonrechter stelt vast dat er wel degelijk een schriftelijke overeenkomst op afstand is gesloten, waarbij de consument digitaal heeft getekend. Echter is onvoldoende aangetoond dat de consument tijdig en op een duurzame gegevensdrager is geïnformeerd over zijn recht op ontbinding (herroepingsrecht).
Door deze schending van de informatieplicht wordt de bedenktijd verlengd tot maximaal twaalf maanden. De opzegging van de consument wordt daarom gezien als een tijdige uitoefening van het herroepingsrecht. Dit betekent dat de consument geen opzegvergoeding verschuldigd is en ook niet hoeft te betalen voor de energie die tijdens de bedenktijd is geleverd.
De vordering van DGB wordt afgewezen en de proceskosten worden aan DGB opgelegd, waarbij voor de consument nihil wordt vastgesteld omdat hij in persoon procedeert.