ECLI:NL:RBNHO:2022:2313

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 januari 2022
Publicatiedatum
17 maart 2022
Zaaknummer
9546702 \ WM VERZ 21-1168
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen meerdere boetes voor snelheidsovertredingen op dezelfde route

Betrokkene is beboet voor het rijden met een snelheid van 110 km/u op een autosnelweg buiten de bebouwde kom, waar de maximumsnelheid 100 km/u bedraagt. Betrokkene ontving drie boetes binnen korte tijd op dezelfde route en stelde beroep in tegen de boetes, stellende dat het onredelijk is om drie boetes op te leggen voor dezelfde gedraging.

De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting voerde betrokkene aan dat zij niet bewust te hard had gereden en verzocht om vermindering van de boetes tot één boete. De gemachtigde voegde toe dat het onredelijk is om continu de cruisecontrol te controleren en dat het inzetten van politiebusjes in coronatijd triest is.

De kantonrechter oordeelde dat de snelheid is vastgesteld met een geteste en gecorrigeerde trajectsnelheidsmeter en dat de boetes terecht zijn opgelegd. Er is geen sprake van driedubbele bestraffing omdat de overtredingen op verschillende tijdstippen en locaties zijn vastgesteld, waardoor het gaat om afzonderlijke gedragingen. Tussen de constateringen had betrokkene voldoende gelegenheid haar snelheid te matigen.

De kantonrechter zag geen reden om de boetes te matigen en verklaarde het beroep ongegrond. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter R.I.V. Scherpenhuijsen Rom op 11 januari 2022.

Uitkomst: Het beroep tegen de drie boetes wegens snelheidsovertredingen wordt ongegrond verklaard en de boetes blijven van kracht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 9546702 \ WM VERZ 21-1168
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 11 januari 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 januari 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens betrokkene is [gemachtigde] hierna te noemen: gemachtigde, verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 6 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1).
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Gemachtigde heeft het verweer van betrokkene ter zitting aangevuld. Betrokkene heeft -kort en zakelijk weergegeven- aangevoerd dat zij in een korte tijd, rijdend op dezelfde route, drie keer is bekeurd. Betrokkene heeft niet bewust te hard gereden en vraagt om de drie boetes terug te brengen tot één boete. Gemachtigde heeft ter zitting aangevoerd dat de gedragingen zijn begaan op één snelweg waar overal maximaal 100 km/h gereden mag worden. Niemand kijkt continue op de cruisecontrol. Ook heeft niemand betrokkene erop gewezen dat zij te hard reed.
Hij voegde daar aan toe dat het triest is om in deze tijd, waarin veel mensen het vanwege corona, moeilijk hebben, politiebusjes langs de weg te zetten om van daaruit foto’s te maken.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant en de foto’s – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Uit de overgelegde stukken volgt dat de snelheid is gecontroleerd met een voor de meting geteste en op de voorgeschreven wijze gebruikte trajectsnelheidsmeter met daaraan gekoppelde fotoapparatuur. De daarmee geconstateerde snelheid bedroeg 110 kilometer per uur. Deze waarde is naar beneden gecorrigeerd, conform de landelijk vastgestelde correctiewaarde in verband met de maximaal toegelaten fouten in de meetapparatuur zoals bedoeld in de Aanwijzing meting snelheidsoverschrijdingen. Er is geen reden om aan de juistheid daarvan te twijfelen.
De kantonrechter is van oordeel dat er in dit geval geen sprake is van een driedubbele bestraffing voor hetzelfde feit. Op weggebruikers rust immers een voortdurende verplichting om op zowel de bebording als de snelheidsmeter te letten en zich aan de maximumsnelheid te houden. Dat brengt mee dat wanneer er sprake is van drie afzonderlijke op verschillende tijdstippen en plaatsen verrichte gedragingen, die met behulp van drie onafhankelijke trajectsnelheidsmeters zijn geconstateerd, er geen sprake is van één en dezelfde gedraging, maar van drie los van elkaar staande verrichte gedragingen. Tussen de verschillende constateringen heeft de betrokkene voldoende gelegenheid gehad om haar snelheid te matigen. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.I.V. Scherpenhuijsen Rom, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: