Eiseres heeft een handhavingsverzoek ingediend bij verweerder om illegale houten schuttingen te verwijderen. Verweerder verleende eerder een omgevingsvergunning voor deze schuttingen, maar weigerde later de legalisatie van 16 schuttingen. Nadat verweerder niet binnen de wettelijk gestelde termijn op het handhavingsverzoek besloot, stelde eiseres verweerder in gebreke en startte zij een beroep bij de rechtbank.
De rechtbank overweegt dat verweerder op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) binnen acht weken op het verzoek had moeten beslissen, wat niet is gebeurd. Na ingebrekestelling is er nog steeds geen besluit genomen, waardoor het beroep gegrond wordt verklaard. De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van het vonnis alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot het betalen van een dwangsom van € 100,- per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt vastgesteld dat verweerder reeds een dwangsom van € 1.442,- heeft verbeurd. Verweerder moet het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres vergoeden.