ECLI:NL:RBNHO:2022:2593

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 maart 2022
Publicatiedatum
25 maart 2022
Zaaknummer
C/15/326260 HARK 22-54
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 lid 3 RvArt. 39 lid 4 RvWrakingsprotocol rechtbank Noord-HollandECLI:NL:HR:2018:1413
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingskamer wijst verzoek tot wraking kantonrechter en wrakingskamer af en legt wrakingsverbod op

Verzoeker heeft bij de rechtbank Noord-Holland een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die betrokken is bij zijn lopende arbeidszaken. Tevens heeft verzoeker geprobeerd de leden van de wrakingskamer zelf te wraken. De wrakingskamer heeft beide verzoeken behandeld tijdens een openbare zitting op 17 maart 2022, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.

De wrakingskamer oordeelt dat verzoeker en zijn gemachtigde tijdig en correct zijn opgeroepen voor de zitting. Het verzoek tot wraking van de wrakingskamer wordt ongegrond verklaard wegens evident misbruik van recht. Ten aanzien van het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter stelt de kamer vast dat geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die wijzen op vooringenomenheid of schending van onpartijdigheid. De aangevoerde gronden, waaronder vermeende kennissenrelaties en het monopolie van de kantonrechter op zaken van verzoeker, worden gemotiveerd verworpen.

Ook het bezwaar tegen de motivering van een procesbeslissing en de vermeende onduidelijkheid over uitstelverzoeken worden niet als wrakingsgrond geaccepteerd. De wrakingskamer concludeert dat er geen objectieve rechtvaardiging is voor de vrees voor partijdigheid. Gezien het meervoudig indienen van ongegronde wrakingsverzoeken door verzoeker, legt de wrakingskamer een wrakingsverbod op voor toekomstige verzoeken in deze hoofdzaken.

De wrakingskamer beveelt voortzetting van de procedure in de hoofdzaken en beveelt de griffier aan om de beslissing aan alle betrokken partijen toe te zenden. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de kantonrechter en de wrakingskamer wordt afgewezen en een wrakingsverbod opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLANDFout! De documentvariabele ontbreekt.
/Fout! De documentvariabele ontbreekt.
Fout! Dedocumentvariabele ontbreekt.
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C / 15 / 326260 HA RK 22-54
Beslissing van de wrakingskamer(mondeling uitgesproken) naar aanleiding van het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker]
wonende te Koog aan de Zaan
hierna te noemen: verzoeker
gemachtigde: mr. M. Adansar
Het verzoek is gericht tegen:
mr. P.J. Jansen
hierna te noemen: de kantonrechter.

1.Het procesverloop

1.1.
Verzoeker heeft bij e-mail van 16 maart 2022 om 20:28 uur schriftelijk de wraking verzocht van de kantonrechter in de bij deze rechtbank, team Handel, Kanton & Insolventie, locatie Haarlem, aanhangige zaken ( [naam wederpartijen] / [verzoeker] ) met als zaaknummers 9000106/CV EXPL 21-717 en 9000097/CV EXPL 21-716 (hierna te noemen: de hoofdzaken), waarvan de behandeling gepland stond op 17 maart 2022 om 09.30 uur.
1.2.
Bij e-mail van de griffie van 17 maart 2022 om 07:49 uur zijn verzoeker en zijn gemachtigde opgeroepen voor de openbare zitting van de wrakingskamer om 17 maart 2022 om 09:30 uur.
1.3.
Bij e-mail van 17 maart 2022 om 09:22 uur heeft verzoeker schriftelijk de wraking verzocht van de leden van de wrakingskamer (mr. M. Visser, mr. C.S. Schoorl en mr. E.J. Bellaart).
1.4.
De wrakingsverzoeken zijn achtereenvolgens behandeld ter openbare zitting van de wrakingskamer van 17 maart 2022. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Voorts is verschenen de kantonrechter. De wederpartijen in de hoofdzaken, bijgestaan door mr. J. du Bois, zijn ook ter zitting verschenen.

2.De beoordeling

ten aanzien van het verzoek tot wraking van de wrakingskamer
2.1.
Verzoeker heeft ter onderbouwing van zijn verzoek om de wrakingskamer te wraken het volgende aangevoerd. Er is sprake van een schijn van partijdigheid omdat verzoeker en zijn gemachtigde niet behoorlijk zijn opgeroepen voor de zitting van de wrakingskamer en verzoeker niet in de gelegenheid is gesteld deugdelijk te worden gehoord en nadere stukken in te dienen.
2.2.
De wrakingskamer stelt vast dat het verzoek tot wraking van de kantonrechter op
16 maart 2022 om 20:28 uur door verzoeker is ingediend, met het oog op de mondelinge behandeling in de hoofdzaken van 17 maart 2022 om 9:30 uur. De wrakingsprocedure is een spoed procedure, die voorschrijft dat het wrakingsverzoek zo spoedig mogelijk in behandeling wordt genomen en dat door de wrakingskamer zo spoedig mogelijk op het wrakingsverzoek wordt beslist (zie ook artikel 5 lid 1 en Pro artikel 7 lid 1 van Pro het Wrakingsprotocol rechtbank Noord-Holland, hierna: het wrakingsprotocol). In lijn hiermee is de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek bepaald op 17 maart 2022 om 09:30 uur.
Verzoeker en zijn gemachtigde zijn voor deze zitting opgeroepen per e-mail van 17 maart 2022 om 07:49 uur, waarbij is medegedeeld dat verzoeker op die zitting in de gelegenheid wordt gesteld te worden gehoord over zijn verzoek. De gemachtigde van verzoeker is hiervan ook telefonisch (omstreeks 08:00 uur) op de hoogte gebracht. Vaststaat dat de oproeping verzoeker en zijn gemachtigde heeft bereikt.
De wrakingskamer concludeert gelet hierop dat verzoeker en zijn gemachtigde behoorlijk en conform het wrakingsprotocol zijn opgeroepen en daarmee in de gelegenheid zijn gesteld te worden gehoord op het ingediende wrakingsverzoek.
2.3.
Met verwijzing naar het bepaalde in artikel 37 lid 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), waarin is bepaald dat alle feiten en omstandigheden tegelijk moeten worden voorgedragen, hoeft verzoeker niet in de gelegenheid te worden gesteld om nadere stukken in te dienen. De wrakingskamer gaat dan ook voorbij aan deze wrakingsgrond.
2.4.
Gelet op het voorgaande, is de wrakingskamer van oordeel dat verzoeker met het verzoek tot wraking van de wrakingskamer evident misbruik van recht maakt. Onder verwijzing naar artikel 5, tweede lid, aanhef en onder h van het wrakingsprotocol, verklaart de wrakingskamer het verzoek tot wraking van de wrakingskamer daarom aanstonds ongegrond.
ten aanzien van het verzoek tot wraking van de kantonrechter
2.5.
In zijn algemeenheid geldt dat een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, indien geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak, de bij een partij bestaande vrees voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn (de objectieve toets). Het subjectieve oordeel van verzoeker is hierbij echter niet doorslaggevend.
2.6.
De eerste grondvan verzoeker om de kantonrechter te wraken is dat de kantonrechter en mr. Du Bois elkaar zouden kennen, waardoor niet uit te sluiten valt dat de kantonrechter meer sympathie heeft voor mr. Du Bois en haar cliënten dan voor verzoeker.
Ter zitting hebben zowel de kantonrechter als mr. Du Bois verklaard dat zij elkaar niet kennen en geen nevenactiviteiten met elkaar verrichten. Mr. Du Bois heeft voorts verklaard in het geheel geen webinars te organiseren. Naar het oordeel van de wrakingskamer is niet komen vast te staan dat zij elkaar kennen of enige band hebben en levert dit geen wrakingsgrond op.
2.7.
De tweede gronddie verzoeker aanvoert ter onderbouwing van zijn wrakingsverzoek is dat de kantonrechter een monopolie heeft op alle zaken waar verzoeker in voorkomt, waardoor niet valt uit te sluiten dat de kantonrechter niet objectief kan kijken naar deze zaak omdat hij te veel wordt beïnvloed door de uitkomst in die andere zaken.
De kantonrechter heeft ter zitting toegelicht dat hij aangewezen is als arbeidsrechtspecialist binnen deze rechtbank en in dat kader ook op deze zaken is ingedeeld, omdat dit eveneens arbeidszaken betreffen. Dat heeft niets te maken met de persoon van verzoeker. Uit de enkele omstandigheid dat de kantonrechter ook (een) andere za(a)k(en) van verzoeker behandelt, kan niet worden afgeleid dat de kantonrechter niet in staat is om objectief en onafhankelijk te oordelen in de hoofdzaken en evenmin dat hij tegen verzoeker een vooringenomenheid koestert dan wel dat de bij verzoeker bestaande vrees voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is. De aangevoerde tweede grond kan daarom evenmin als grondslag dienen. Dat eerder een andere rechter op de hoofdzaken zou zijn benoemd, zoals verzoeker stelt, volgt overigens niet uit het dossier, zo heeft de wrakingskamer vastgesteld.
2.8.
De derde grond voor wrakingis dat de motivering van de afwijzing van het uitstelverzoek onbegrijpelijk en ondeugdelijk gemotiveerd is. De wrakingskamer stelt vast dat de beslissing van de kantonrechter om het uitstelverzoek van verzoeker af te wijzen, een procesbeslissing is. Het is vaste rechtspraak dat een procesbeslissing in beginsel geen grond voor wraking kan vormen (zie het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413). De vraag of een procesbeslissing al dan niet juist moet worden geacht, mag niet door de wrakingskamer worden beantwoord. De motivering van een procesbeslissing kan geen grond vormen voor wraking, ook niet indien wordt aangevoerd dat die motivering onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier zou zijn of een motivering ontbreekt. Dit is uitsluitend anders indien de motivering van de procesbeslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten
– bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de kantonrechter die haar heeft gegeven. Daarvan is naar het oordeel van de wrakingskamer geen sprake in deze zaak.
2.9.
De vierde grondis dat verzoeker nooit heeft geweten of zijn uitstelverzoek door de kantonrechter gehonoreerd zou worden, waaruit volgens verzoeker een blijk van partijdigheid volgt. De kantonrechter heeft ter zitting toegelicht dat hem geen andere verzoeken tot uitstel bekend zijn dan het uitstelverzoek van 15 maart 2022. Daarop is door hem diezelfde dag een beslissing genomen. De wrakingskamer is niet gebleken dat eerdere uitstelverzoeken bij de rechtbank zijn binnengekomen. Dit levert dus ook geen grond voor wraking op.
2.10.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, komt de wrakingskamer tot de conclusie dat niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan aannemelijk is dat de kantonrechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.11.
Nu de aangevoerde feiten en omstandigheden ook niet kunnen leiden tot de conclusie dat de bij verzoeker bestaande vrees voor partijdigheid aan de zijde van de kantonrechter objectief gerechtvaardigd is, doen zich geen gronden voor wraking voor, zodat de wrakingskamer het verzoek om wraking zal afwijzen.
2.12.
De wrakingskamer heeft vastgesteld dat verzoeker in het samenstel van procedures, met (deels) dezelfde partijen, meermalen een wrakingsverzoek heeft ingediend, en nu naast het verzoek tot wraking van de kantonrechter ook de wrakingskamer gewraakt heeft. Die verzoeken ontberen elke redelijke grondslag en verzoeker maakt daarmee misbruik van de mogelijkheid tot wraking. De wrakingskamer ziet daarom aanleiding om op grond van artikel 39 lid 4 Rv Pro te bepalen dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de hoofdzaken niet in behandeling zal worden genomen.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
3.1.
verklaart het verzoek tot wraking van de leden van de wrakingskamer ongegrond;
3.2.
wijst het verzoek tot wraking van de kantonrechter af;
3.3.
bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de hoofdzaken niet in behandeling wordt genomen;
3.4.
beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de kantonrechter en de wederpartijen in de hoofdzaken een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;
3.5.
beveelt dat het proces in de hoofdzaken wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven door de leden van de wrakingskamer mr. M. Visser (voorzitter), mr. C.S. Schoorl en mr. E.J. Bellaart, in tegenwoordigheid van mr. N. Kampert, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2022.
Griffier Voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.