De kantonrechter heeft een verzoek behandeld tot ontslag van de huidige mentor, De Boer, en de benoeming van een nieuwe mentor, [xxx]. Het verzoek van [xxx] werd niet ontvankelijk verklaard omdat zij niet behoort tot de personen die op grond van artikel 1:461, tweede lid BW een dergelijk verzoek kunnen indienen.
Betrokkene en zijn familie, evenals de huidige mentor en bewindvoerder, hebben verklaard dat er geen noodzaak meer is voor een mentorschap. De mentor was jarenlang niet actief en verkeerde zelfs in de veronderstelling dat het mentorschap was opgeheven. Betrokkene heeft zijn belangen op niet-vermogensrechtelijk gebied zelfstandig behartigd zonder problemen.
De kantonrechter concludeert dat het mentorschap niet langer noodzakelijk is en heft het mentorschap daarom op, met ingang van twee weken na de uitspraak. Het verzoek tot benoeming van een andere mentor wordt afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.